Terug naar hoofdinhoud

Welkom op de site:
Numismatische Kring Bloembollenstreek e.o.!


Valse duiten?

BLE.1: Bleyensteinse duit.(Sch.382-382a-c) VOORZIJDE: Twee lauwertakken met daartussen een Romeins cijfer I tussen kruisjes en het jaartal 1819 tussen punten met daaronder 2 strepen (of variatie hierop). KEERZIJDE: Twee lauwertakken met daartussen een verticaal gedeeld fantasiewapen waarvan het rechter veld gearceerd is. Muntmeester is (mij) niet bekend.

 

Enkele maanden geleden hebben we op deze site gekeken naar de muntslag van de Heren van Kuinre. Het hoofddoel was hier munten met een lager zilvergehalte voor volle munten in te wisselen, dus vals.

Maar met duiten uit de provincies ligt het toch wat moeilijker. De laatste officiële duit werd geslagen in 1797 in Zeeland tijdens de Bataafse Republiek. Tijdens koning Lodewijk Napoleon en tijdens de regering van Napoleon Bonaparte is nauwelijks kleingeld aangemaakt Ook koning Willem 1 begon pas mondjesmaat kleingeld te maken vanaf 1818. Hierdoor ontstond een groot kleingeld tekort.

De echte aanmaak was dus pas een kleine zo’n 25 jaar later. Hierdoor bleef de duit eindeloos rouleren. Maar het muntgebrek liep steeds hoger op.

In het Belgisch Limburg in het graafschap Reckheim ( het huidige Rekem) zag de graaf dat wel zitten. Hij had al een hele reputatie in valse munten. Hij begon een duit te slaan, maar wel met de nodige afwijkingen. Zo werd Frisea Fricir Frigir of Frigia. Deze munten waren makkelijk te slijten in bijv. Brabant. Zo had de familie Aspremont-Lijnden weer een mooie bron van inkomsten. Haagmunterij heet dat.

Tegenwoordig zou je zeggen munten om over de schutting te gooien. Maar ze waren niet de enige. In Hessen Darmstad Duitsland bestond nog uit allemaal aparte staten. Groothertog Ludwich X vroeg bij het Duitse Munzdeputation toestemming aan, en onder voorwaarde dat ze niet in Duitsland uitgegeven zouden worden ontwikkelde ze een eigen nepduit het ontwerp van 1 Pfennig van 1819. Deze munten werden verkocht in grote aantallen aan bankier van Landschot (landschotjes)en andere partijen. Deze duiten voorzagen in een ware behoefte aan kleingeld en hadden wel een zo langzamerhand roulatie over alle provinciën.

Ook een Utrechtse kruidenier loste met deze munten zijn kleingeldprobleem op. Maar mensen konden deze munten vaak niet kwijt bij de bakker en de slager. De winkelier heette Bleyenstein en is inmiddels vereeuwigd met de naam Bleyensteinjes. Voor Bleyenstein is het niet echt goed afgelopen. Toen er weer centen in omloop kwamen, konden de nepduiten niet ingeleverd worden en ontstond er voor zijn winkel een volksoploop die zijn hele winkel plunderde.

Uiteindelijk werden zakken vol munten teruggestuurd naar Duitsland door een handelaar, die door ze terug te sturen niet meer aan de voorwaarden voldeed, en dus alsnog voor valsmunterij is veroordeeld.

Blijft de vraag over als staten zo’n 20 jaar een munt in omloop laten, is hij dan vals of niet?

 

Auteur J.P. Slottje


Agenda
Hieronder volgen de data van de komende kringavonden te weten:

10 november 2026

8 december 2026

12 januari 2027

9 februari 2027

9 maart 2027

13 april 2027

11 mei 2027

8 juni 2027

  





Sponsoren